Levend voer

Door Joris Aerts

Als er al zoiets als een geheim bestaat voor het kweken van vissen, een wondermiddeltje als het ware, dan is het wel levend voer. Een vis die geen enkel ei legt, kan plots een 'legmachine' worden na het eten van wat muggenlarven.

Er is heel wat levend voer voorradig in de meeste tuinen, maar je kan ook makkelijk deze voedseldiertjes zelf kweken. Toch zijn er niet zoveel aquariumhouders die hun vissen verwennen met levend voer. Dit is deels te wijten aan onzekerheid door een gebrek aan kennis, maar ook voor een groot deel aan vooroordelen. Vragen als 'wat mag ik voeren?', 'breng ik geen ziektes in mijn bak?',... zijn erg veel voorkomend.

Als voorstander van levend voer wil ik hier een korte en heldere uiteenzetting geven. Zowel de soorten beschikbaar voer, de verzamelmethode, voor –en nadelen, gevaren,...

1. Waarom levend voer?

Tegenwoordig vind je prima uitgebalanceerd droogvoer op de markt. Waarom zou je dan toch nog levend voer gebruiken?

Vergelijk het even met astronautenvoeding; er zit alles in wat je nodig hebt, maar...

Levend voer heeft een aantal grote voordelen:

  • Beweging stimuleert de eetlust en het natuurlijk gedrag van je vissen.
  • Vissen die levend voer krijgen, zullen minder snel naar hun eigen jongen gaan happen.
  • Veel levend voer kan uren, dagen in de bak overleven wanneer het niet onmiddellijk verorberd wordt. Hierdoor kan het niet gaan rotten en de waterkwaliteit aantasten.
  • De 'textuur' van levend voer bevordert de spijsvertering van de vissen.
  • Levend voer bevordert de kuitaanzet bij veel vissen. Bij een aantal soorten is dit zelfs alleen door levend voer te bereiken.

2. De nadelen besproken

Ik wil deze nadelen bespreken aan de hand van twee veel gehoorde opmerkingen:

Ten eerste is er de bezorgdheid omtrent ziektes. Een aantal waterdiertjes kan inderdaad voor vissen schadelijk bacteriën en virussen dragen. Om dit probleem te omzeilen is er een erg simpele vuistregel: vang nooit levend voer in een water waar ook vissen inzitten. De veiligste methode is daarom zelf voedseldiertjes te 'kweken' in tonnen en/of vaten, maar hierover later meer.

Ten tweede is er de bezorgdheid omtrent het per ongeluk introduceren van predatoren en parasieten.
Diertjes die parasiteren op vissen vind je enkel in visrijke wateren. Dus ook hier geldt de regel: geen voedseldieren in water vangen dat door vissen bewoond wordt.

Roofdieren, zoals libellenlarven en watertorren, kunnen het visbestand in je aquarium op zeer korte tijd decimeren. In tegenstelling tot parasieten kan je deze diertjes ook wel aantreffen in de waterton in je tuin.
Toch is er een methode om deze diertjes uit je bak te houden. Neem een witte emmer en kap daar je vangst aan diverse potentiële voedseldiertjes in. Laat dit even (een half uur) rusten. Alle parasieten en roofdieren zullen zich nu aan de rand van de emmer vastgezet hebben, terwijl de 'eetbare' diertjes nog vrij rondzwemmen. Met een netje, een darmpje,... kan je nu makkelijk de schadelijke van de eetbare diertjes scheiden.

Een meer gedetailleerde bespreking van de voor –en nadelen van bepaalde voedseldieren zal je terugvinden bij de hier volgende soortbesprekingen.

3. De verschillende voedseldiertjes

3.1. In tuinen, sloten en grachten

3.1.1. In het water

Je zal waarschijnlijk de muggenlarfjes wel kennen die zich van het wateroppervlak naar beneden laten 'rollen' wanneer je dichterbij komt, maar er zijn nog een aantal andere prima voedseldieren te vinden in onze kleine watertjes.

De volgende schets dient ter illustratie (de afgebeelde dieren zijn niet op ware grootte - de onderlinge verhoudingen qua formaat kloppen ook niet!):

Levend voer - Joris Aerts

1. Zwarte muggenlarve, 2. Daphnia (watervlo), 3. Cyclops (eenoogkreeftje), 4. Rode muggenlarve, 5. Witte muggenlarve

Er bestaan nog vele andere waterdiertjes die eetbaar zijn, maar dit zijn de meest voorkomende.

  • Zwarte muggenlarven

    Dit zijn de larven van de steekmug. Ze bereiken een maximale lengte van 13 mm. Deze larven zijn makkelijk te verzamelen omdat ze aan het oppervlak moeten komen om adem te halen via een buisvormig ademhalingsorgaan aan hun achterlijf. Je kan ze het beste met een fijnmazig netje verzamelen. Deze muggenlarven zijn onschadelijk voor de vissen, zelfs voor zeer jonge vissen. Uit ervaring weet ik dat deze muggenlarven, samen met de witte muggenlarven, garant staan voor een optimale kuitaanzet en eierproductie bij vissen.

    Deze muggenlarven vind je alleen in de warme maanden. Tijdens hete zomerdagen zijn ze massaal aanwezig (net zoals hun latere vorm: de steek-mug). Een regenton waar je in het voorjaar een plak schapen –of paarden-mest in legt, heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op muggen. Dit kan ook in een gewoon emmertje. Bij warm weer schep ik dagelijks 50 à 200 muggenlarven van een grote regenton.

  • Daphnia (watervlo)

    Een graag gegeten voedseldiertje dat bijna het hele jaar door beschikbaar is. Dit kreeftje wordt niet groter dan 2 mm en is dus ook geschikt voor erg kleine vissoorten. Het feit dat dit een plankton– algeneter is, maakt de watervlo ook geschikt als voer voor jonge vissen. Daphnia's vind je in grachten en sloten langs de wegen en in poelen in weilanden waar ook vee graast. Deze biotopen zijn echter zeldzaam. Probeer daarom eenmalig aan een 'entportie' te komen en probeer ze thuis verder te kweken. Ook hiervoor gebruik je best een regenton of een grote emmer. Maandelijks voeg je hier wat vogeluitwerpselen of bloed, melk, gist,... aan toe. Deze voeding zorgt voor het microleven en de algen waarmee watervlooien zich voeden. Geen paniek wanneer de ton in de winter volledig dichtvriest, want in het voorjaar zal je merken dat de daphnia's dit overleefd hebben. Een fijnmazig net is voldoende om deze diertjes te vangen. Pas uitgekomen daphnia schep je best met een plastieken doos,vervolgens giet je de inhoud door het netje zodat de grotere diertjes in het net blijven zitten. Onder het net hou je een artemiazeef (verkrijgbaar in iedere aquariumzaak) en je houdt piepkleine watervlooien over in het zeefje. Bij een te grote vangst kan je deze diertjes best onmiddellijk invriezen (max. 1cm dik).

    Als je deze diertjes nog moet transporteren (van de sloot enkele kilometers verder naar je thuis bijvoorbeeld), denk er dan aan dat ze extreem zuurstofbehoeftig zijn! Als je er teveel samen in een afgesloten doos of plastiek zak steekt, dan zullen ze allemaal dood zijn als je thuiskomt.

  • Cyclops (eenoogkreeftjes)

    Deze diertjes komen dikwijls samen voor met daphnia's. Het grote verschil is dat dit roofdiertjes zijn. Door hun grootte, 2mm, is dit geen probleem voor volwassen vissen, die ze graag verorber-en. Pas uitgekomen vissenlarven zullen echter voedsel voor de cyclops zijn in plaats van omgekeerd! Het verschil tussen daphnia en cyclops is eenvoudig vast te stellen (zie de schets hierboven)

  • Rode muggenlarven

    Deze op wormen gelijkende larven worden ook wel 'vers de vase' genoemd. Ook dit zijn roofdiertjes die je niet bij jonge vissen mag plaatsen. Verder dien je deze dieren ook spaarzaam te voederen aan volwas- sen vissen omdat er nogal eens maag –en darmproblemen optreden na het veelvuldig eten van deze larven. Bovendien doen er verhalen de ronde (waar of niet?) dat slecht gekauwde rode muggenlarven zich doorheen de maagwand van de vis een weg naar de vrijheid knabbelen... fantasie of realiteit? Deze larven vind je in allerlei soorten stilstaand water terug, zelfs in sterk vervuild water. Ze leven meestal op/in de bodem of in 'grotjes' van modder tegen de kant van regentonnen. Hierdoor zijn ze niet zo gemakkelijk te verzamelen. In hengelsportwinkels kan je ze dikwijls kopen als aas. Bedenk wel dat de hier aangeboden diertjes gekweekt zijn in putten met slachtafval! Hierdoor is het nodig ze eerst enkele dagen in een pot/emmer met zuiver water en een flinke scheut melk te houden die je dikwijls ververst. Zo geraken hun ingewanden gezuiverd.

  • Witte muggenlarven

    Deze langwerpige, bijna volledig doorzichtige larven kan je dikwijls alleen maar zien door de twee zwarte plekken op hun rug (zie tekening). Dit zijn actieve rovers die je dikwijls in een ton met watervlooien ziet jagen. Voor jonge vissen zijn deze, tot 20mm grote larven zeer bedreigend. Voor volwas-sen vissen bestaat er eigenlijk geen beter levend voer dan deze witt muggenlarven. Je bereikt prima kweek-resultaten met je vissen als je ze dit voer bezorgt. Jammer genoeg kan je ze niet (moeilijk?) zelf in je regenton nakwek-en en zal je het moeten doen met die exemplaren die op je watervlooien jagen. Soms kan je ze ook levend in de aquariumspeciaalzaken krijgen (prijzig, maar bij moeilijk te kweken vissen het geld waard!)

3.1.2 Op het land en in de lucht

Ook in je tuin, woonkamer,... kan je geschikt levend voer voor je vissen vinden. Een kort overzicht:

  • Regenwormen:

    Grote vissen zijn dikwijls verzot van regenwormen. Een goede plaats om regenwormen te zoeken is een stukje grond waar kippen zitten. Kippenuitwerpselen zijn blijkbaar het lievelingskostje van deze wormen. Om dat kippenmest uit de worm te krijgen, doe je de verzamelde wormen in een pot met 50% water en 50% melk, na een paar uur zijn ze klaar om gevoederd te worden.

  • Vliegenmaden:

    Hier moet je zeer voorzichtig mee omspringen! Zeker geen maden van kadavers of rot organisch materiaal halen! In de herfst heb ik echter wel een moge-lijkheid ontdekt om maden te voederen. Als je het geluk hebt in een bosrijke omgeving te wonen dan groeien daar vanaf half augustus tot eind oktober eekhoorn-tjesbroden ('buisjeszwammen'). Als je de paddestoel halveert zie je dikwijls massa's gangetjes. Neem een aantal van die padde-stoelen en leg ze doorgesneden buiten op een groot stuk plastiek. Na een half uur wemelt het er van de kleine maden, die je zo kan voederen aan je vissen. Een grote paddestoel kan een 50 tal maden opleveren.

  • Diverse insecten:

    Een vlieg in je woonkamer, een spin in de slaapkamer, een sprinkhaan op het terras...Dit zijn allemaal lekkere tussendoortjes voor je vissen (op voorwaarde dat ze de diertjes in hun bek krijgen). Je kan ze niet op grote schaal voederen met dit soort voedsel, maar het is een aangename afwisseling voor je vissen. Ook mieren, hun larven en eieren komen in aanmerking (mieren zijn trouwens voor veel vissen ook het hoofdvoedsel in hun natuurlijk biotoop! )

Let op!

  • geen insecten uit besproeide weilanden nemen.
  • kruisspinnen kunnen een vis dodelijk bijten! (alle andere spinnen zijn bruikbaar)
  • nectarverzamelaars als wespen, bijen,... bevatten veel suiker, teveel van deze diertjes kunnen voor vervetting zorgen bij je vissen.
  • bij grotere hoeveelheden plaats je de diertjes in een potje dat je zolang in de koelkast zet tot de insecten hun metabolisme vertraagd is en ze passief geworden zijn, zo ontsnappen ze niet uit het aquarium en worden ze snel opgegeten door hun loomheid.

3.2. Zelf voedseldiertjes kweken

  • Artemia

Over artemia bestaat al heel wat informatie in de gespecialiseerde literatuur en op het net. Daarom geef ik hier enkel praktische informatie die nuttig kan zijn als je zelf artemia kweekt of gaat kweken. Ten eerste is het zeer moeilijk en onvoordelig om artemia groot te brengen. Daarom behandel ik hier enkel de pas uitgekomen artemialarfjes (artemianaupliën).

Om aan deze larfjes te komen die HET uitgesproken voedsel zijn om pas uitgekomen vissen groot te brengen moet je de eieren kopen. Deze eieren worden geïmporteerd uit de V.S., meer bepaald uit Utah (Salt Lake) en San Fransisco. Koop altijd eieren van goede kwaliteit. Deze zijn duurder, maar er zullen meer eieren uitko-men. De artemia van San Fransisco is sowieso beter dan die van Utah. Je hebt slechts enkele grammen nodig om een aantal maanden toe te komen. Bewaar de artemia-eieren droog en donker, dan blijven ze jaren goed.

Artemia-eieren bezitten een harde schaal die het volledig uitgedroogde embryo in zich dragen. Door het opgieten van zout water komt er vocht in het ei en kan het larfje uitbreken. Meestal raadt men water aan met een zoutgehalte gelijk aan dat van zeewater (32 gram/liter). Als je echter 22 gram/liter neemt, is de osmotische druk kleiner en komen de larfjes sneller uit.

Buiten 'water' is een goede doorluchting erg belangrijk (luchtpompje). Gebruik geen bruissteentje. Het 'schuim' dat hierdoor gevormd wordt, zal de artemia-eieren uit het water, tegen de rand afzetten, waardoor ze niet uitkomen.

Ten derde is ook de temperatuur van belang. Hoe hoger deze is, hoe sneller de artemia uitkomt; bij 20°C duurt dit 48 uur, bij 30°C 24 uur. Ik verwarm het water van de artemia niet, maar om toch een redelijke temperatuur (24°C - 36uur om uit te komen) te verkrijgen, staat mijn artemia-kweek langs de ketel van de centrale verwarming.

Als je deze theorie in de praktijk omzet, kom je tot volgende kweekopstelling:

Levend voer - Joris Aerts

Enkele bemerkingen bij de tekening:

  • gebruik een PVC-fles zonder reliëf, ribbels,... hier kunnen de eitjes zich anders gaan ophopen.
  • plaats de luchtpomp boven het waterniveau, zodat bij een stroompanne het water niet in het pompje kan lopen.
  • om de fles ondersteboven te houden, kan je een staander maken of een hangsysteem. (de fles dient ondersteboven te hangen voor het verzamelen van de larfjes, hierover later meer)
  • het kraantje is een gewoon luchtkraantje dat je in de aquariumspeciaalzaken kan krijgen.
  • snij de bodem van de fles af zodat je een deksel krijgt. Op die manier zal er niet teveel water verdampen.
  • probeer het begin van het darmpje gelijk te laten vallen met de bodem van je fles. Boor een gaatje in de dop en maak waterdicht met silicone.
  • als je dagelijks artemia wil oogsten, gebruik dan twee flessen (gebruik een T-stuk op de luchtleiding). Zorg dat je in een van de twee flessen de artemia 15 uur later opzet, zo zal je iedere dag artemia hebben.

Het voederen van de artemia

Je voegt dus een beetje (enkele mespuntjes) eieren toe aan het water en schakelt de pomp aan. Afhankelijk van de temperatuur komen de larfjes uit na 24-48 uur. Artemialarfjes verliezen snel hun voedingswaarde, probeer ze daarom zo snel mogelijk na het uitkomen te voederen.

Wanneer je larfjes in de fles waarneemt, zet je de luchtpomp uit, en laat het geheel vijf minuten rusten (niet langer want dan ontstaat er een zuurstofgebrek in de fles). Draai dan het kraantje volledig dicht en koppel de darm los van de pomp. Je zal zien dat na vijf minuten al de larfjes beneden in de fles zitten en dat de eierschalen aan het oppervlak drijven. Het is zeer belangrijk dat beiden gescheiden zijn omdat de harde schalen voor darm-verstoppingen (dodelijk) bij de jonge vissen kan leiden. Houd de darm recht naar beneden en plaats er een artemiazeefje (zeer fijne zeef, verkrijgbaar in de aquariumspeciaalzaken) onder. Onder het zeefje zet je een bakje dat het water opvangt. Als al de artemia in het zeefje zit, draai je het kraantje terug dicht.

Spoel de artemia af met zoet water en giet vervolgens zoveel van de artemialarfjes in het aquarium als nodig is.(natuurlijk lusten volwassen vissen ook erg graag artemia-larfjes) Vervolgens voeg je het opgevangen zoute water terug in de fles met een nieuwe portie eieren en je sluit de luchtdarm terug aan. Zo kan je een vijftal keren oogsten voordat je het water volledig dient te verversen.

Een foto van een mogelijke artemiakweek- stelling (deze is van Wilfried Maesen):

Levend voer - Wilfried Maesen