Een belevenis uit lang vervlogen tijden

Door Raymond Schoers

Beste liefhebbers

Hier ben ik weer met een bijdrage voor ons clubblad. Het stukje zit niet vol met spelfouten, doch probeer ik u, op een fonetisch geschreven wijze, een idee te geven van ons taaltje. Een belevenis uit lang vervlogen tijden.

Plaats van het misdrijf – Bloemgracht in de Amsterdamsche Jordaan. De tijd – vijftiger jaren. De grachten in Amsterdam zijn gemetselde vaarwegen met een rijweg aan beide zijden en daarnaast alle mogelijke en onmogelijke woningen. Ik woonde aan de even kant en mijn kameraad en collega een eindje verder aan de overkant. Op zekere dag kwam mijn kameraad, Bertus, bij mij.

"Seg moat, ken jij wat voor me doen? Ik heb een bakkie gekocht en ik wil fissies houwen. Ken jij die foor mijn inbouwen?" Nu wist ik dat Bertus niet een van de handigste was. Hij zag geen kans om een nagel recht in de muur te rammen. Dat inbouwen zou wel gaan. De woningen en de kamertjes zijn in de Jordaan maar klein, maar zoals bijna overal in Nederland heeft bijna ieder vertrek een ingebouwde kast. In die tijd had de gewone man natuurlijk geen elektrisch gereedschap. Om het netjes te doen moest je toch wel een beetje goed werk leveren.

Ik met mijn gereedschap naar Bertus. We besloten een gat in de kastdeur te zagen, een lijstje erom te maken en de plan waarop het bakje (60cm) moest komen te verstevigen. Een gat in de plank erboven voor de lamp een stopcontact in de kamer doortrekken naar de kast en daar een stopcontact zetten voor de lamp, filter en luchtpomp. Bertus beweerde dat hij een schema van een ander had gekregen en zelf een elektrische verwarming ging bouwen. Zoals hierboven vermeld kende ik hem niet als een 'handige Harry'. Maar enfin, mijn zaak niet. Alles lukte prima. Toen we klaar waren en het lijstje om het gat hadden gemaakt, de deur dicht, leek het wel. Bertus, en vooral zijn vrouw, Stien, waren tevreden. Ik naar huis.

Vrijdag na het werk kwam Bertus aanzetten. Natuurlijk, zoals de gewoonte was, eerst een bak koffie. "Hé moat, ik heb plantjes en fissies gekocht. Vanavond moak ik die bak kloar. Morrege goan ik met Stien eerst noar de marrekt en kom jij dan tegu de middag kijke?" Zaterdag keek ik er naar uit. Ik zou Bertus en Stien toch voorbij moeten zien komen als ze van de markt kwamen. Maar ik zag het span na verloop van tijd aankomen met hun kin op hun navel. Ik trok de deur open en ze kwamen naar boven. "Nou Bertus, alles tof?" "An me nooit niet. Die pleuris verwarming. Dat schem ken nooit goed sijn. Toene me van de marrekt terug kwoamen had ik een bak groentesoep met fisgroate. Alles was gekookt. Het borrelde flink." "En wat heb je dan gedoan?" "Ik heb dat hele teringsooitje [rommeltje] in de majum [grachtwater] gepleurd [gegooid]."

Dat was dus meteen het einde van een aquariumhobby. Maar Bertus had in elk geval een mooi gat in zijn kastdeur en netjes afgewerkt met een mooi 'lijssie'.