Barbus jae

Door Joris Aerts

Barbus jae is de naam van een barbeeltje dat je waarschijnlijk nog nooit gezien hebt. Dit ligt niet aan u, maar eerder aan het feit dat ze zelden in de handel aangeboden worden.

Aan de kwaliteiten van dit visje als aquariumbewoner zal dit echter niet liggen. Het is een klein, ongeveer 3,5 cm, visje met een toch wel apart kleurtje op de schubben.
De vrouwtjes hebben in de verte wel iets weg van een miniatuur sumatraantje; een gelige ondertoon met donkere dwarsstrepen en een beetje rood in de ongepaarde vinnen. De mannetjes daarentegen hebben een dieprode grondkleur met daarop gitzwarte dwarsstrepen. Het kleurenpalet van de mannetjes heeft wel wat weg van smeulende houtskool. In het Engels wordt hij daarom ook wel 'charcoal barb' genoemd.
De beperkte lengte van deze soort gecombineerd met het rustige karakter houdt echter in dat je ze best niet samenzet met grote, agressieve soorten.

Zoals te verwachten valt, is ook dit barbeeltje een scholenvisje, ook al houden ze zich eerder op in losse groepjes. Verdere voorwaarden om het dit visje naar z’n zin te maken zijn voldoende schuilmogelijkheden tussen planten, hout,... in een bakje van minstens 60x30x30. Van teveel licht houden ze niet. Zorg je echter voor voldoende schaduwplekjes dan komen de kleuren van de mannetjes veel beter tot uiting.

Wat betreft de waterwaarden blijkt deze soort ook niet echt moeilijk. Alhoewel de beperkte literatuur omtrent Barbus jae aangeeft dat een pH van 5,5 – 6 en een hardheid van 1 – 5 dH noodzakelijk zijn, kon ik deze soort nakweken bij een pH van 6,5 en een hardheid van 3 dH. In hun 'dagelijkse verblijf' was de pH echter rond de 7 en lag de hardheid rond de 6 dH. De temperatuur mag niet te hoog zijn. Ze voelen zich goed in hun vel tussen 21 en 24 °C.

De kweek verloopt probleemloos. De 'standaardmethode' waarbij een klein kweekbakje gevuld wordt met regenwater werkte prima. Ik maakte echter de fout om geen rooster te leggen dat de eieren tegen de vraatzuchtige ouders zou beschermen. De ouders werden wel verwijderd uit het bakje, maar uiteraard iets te laat. Hierdoor bekwam ik slechts een 30-tal jongen. Toch was ik vrij tevreden omdat uit het enige kweekverslag dat ik kon vinden, blijkt dat dit geen productieve soort is; 70 eieren is een normaal aantal.

Barbus jae, Joris Aerts

De reden waarom dit mooie, kleine, gemakkelijk te houden en te kweken visje zelden in de handel aangetroffen wordt, ligt in het gebied van herkomst. In tegenstelling tot de meeste barbelen die wij kennen, komt deze soort niet uit Azië, maar uit Afrika. Meer bepaald uit Kameroen, Gabon, Equatoriaal Guinea en Congo. Uit deze gebieden wordt niet erg veel geďmporteerd en daarenboven zijn deze tere diertjes niet goed bestand tegen het lange transport. De Duitse importeur waar mijn visjes vandaan komen beweerde dat soms slechts 25 a 30 % de reis overleeft...

Het zou belachelijk zijn als ik jullie een artikel laat lezen over een vis die amper verkrijgbaar is. Het goede nieuws is dat Barbus jae tegenwoordig bij onze noorderburen verkrijgbaar is aan een zacht prijsje. Met een beetje geluk zien we ze misschien binnenkort ook opduiken in de Limburgse aquariumzaken?